Category: mamaperikelen

Waarom ik het prima vind dat mijn kleuter niet kan fietsen

tractorDaar staat ie. Nogal opvallend te zijn, tussen de honderden kinderfietsen in de rekken voor de school. Klasgenootjes staan om hem heen. Kinderen uit hogere klassen kijken naar hem, stoten elkaar aan en grinniken.

Mijn zoon ziet het niet eens. Zijn blauwe plastic tractor staat geparkeerd en hij is op de plaats van bestemming. Daar draait het om.

Kont tegen de krib, fiets tegen de grond
Het is niet zo dat mijn zoon geen fiets heeft. Sterker nog: hij heeft een prachtexemplaar gekregen voor zijn vierde verjaardag. Een blinkende blauwe, met lampjes en een bagagedrager. En met zijwielen. Want ook al is hij bijna 5: trappen en sturen op een voertuig met twee wielen lukt niet. Ook niet met mijn hulp. Hij gaat te langzaam, is bang om te botsen of vergeet te trappen als hij stuurt. En andersom. Ik heb hem honderd keer op het zadel gezet om een ritje te maken. Maar hoe harder ik bleef aandringen op het hele ‘ik leer fietsen’ gedoe, hoe harder mijn zoon zijn kont tegen de krib- en zijn fiets tegen de grond- smeet.

En dus is de tractor de oplossing. Dag in dag uit maken de plastic wielen de rit naar school. Hij trapt zich een slag in de rondte, wordt aan alle kanten ingehaald door leeftijdsgenootjes op snelle fietsjes en op heel veel plekken aangestaard. Maar hij trapt. Hij stuurt. Hij komt vooruit én op tijd op school. En belangrijker: hij is apetrots op het verweerde speelgoedding vol stickers en stoepkrijt waar hij mee kan racen en sliden en waarin hij –met aangekoppelde aanhanger- zijn broertje kan vervoeren.

Onverstoorbaar
Dagelijks groeit mijn bewondering voor hem. Voor de onverstoorbaarheid waarmee hij over het fietspad kachelt. Voor het aanstekelijke enthousiasme waarmee hij op de plastic toeter drukt. En voor de manier waarop hij de achtervolging inzet als zijn vriendjes er op de fiets vandoor gaan.

Dus toen hij laatst, bij de zoveelste poging zonder zijwielen, aan me vroeg waarom hij eigenlijk zo nodig moest leren fietsen, heb ik mijn schouders opgehaald. Ik heb nog gemompeld dat het zo leuk is om hard te kunnen fietsen. En handig ook. Dat zijn vriendjes het ook allemaal al kunnen. Maar ik kon in werkelijkheid geen enkele góede reden bedenken om hem van zijn tractor af te praten.

Gelukkig heb ik de fiets op de groei gekocht. En past hij voor lange afstanden nog in het stoeltje achterop mijn fiets.

Lekker zen

“Onderzoek nu met vriendelijke aandacht je linker knieholte”, zegt een stem in mijn oor. Ik zit op mijn bed met mijn ogen dicht en probeer me over te geven aan de mindfulnessoefening die ik afspeel op mijn telefoon.

Ik focus me eerst op het fenomeen ‘vriendelijke aandacht’ en word al lichtelijk opstandig, maar ga dan toch met mijn liefste gedachte naar die linker knieholte. Ik voel m, denk ik. Leuk. En dan denk snel weer aan de volle wasmand op zolder. De deadlines van morgen. De houdbaarheidsdatum van de kip in de koelkast. En de twintig minuten die ik nog te gaan heb voor de stem zegt dat ik mijn ogen weer mag openen. En Netflix mag kijken.

In de multitask-modus
Ik ben niet zo’n zen-type. Ik sta eigenlijk altijd in de multitask-modus. Want het leven is al zo vol en de dagen zijn al zo kort. Dus app ik terwijl ik mijn tanden poets, lees ik de krant terwijl ik mijn kind stukjes brood voer en winkel ik online terwijl ik een artikel tik. Nadeel is dat je nog wel eens vergeet te genieten als je iedere minuut van de dag dubbel wilt invullen. En dat je steeds een jaar ouder bent als je twee keer met je ogen knippert.

Dat moet anders. Bedacht ik laatst. Toen ik weer eens stressend op de fiets zat, op weg naar het kinderdagverblijf, met in mijn hoofd het horrorbeeld van een niet gehaalde deadline en een lege koelkast bij thuiskomst, omdat ik teveel op een dag had gepland. Ik moet rust hebben, wist ik. Eén ding tegelijk doen. Want mijn hoofd zat te vol. Mijn mind te full, zou je kunnen zeggen.

Ballen hooghouden voor dummies
Op zoek naar een oplossing bleek ik niet de enige ietwat gespannen moeder in de Vinex. Sterker nog: ik ontdekte dat er hele volksstammen stonden te springen om een cursusje ‘bewust ballen hooghouden voor dummies’  en dat er tientallen coaches en cursussen zijn die je kunnen helpen met het neerleggen van een paar van die ballen. Want daar draait het natuurlijk allemaal om: minder doen met meer aandacht.

En zo belandde ik op een druilerige decemberdag bij een coach, die me vertelde dat ik heel veel baat zou hebben bij mindfulness. Ik dacht zelf dat ik meer zou hebben aan een hele lange winterslaap of een doorslapend kind. Maar omdat ze me daar niet bij kon helpen, besloot ik al mijn cynisme eens overboord te gooien en acht weken lang te leven op mp 3-tjes met mindfulle oefeningen.

Ik zit nu in week 1. Ik heb twee keer geoefend. Op de andere avond moest ik werken. En nu typ ik een blog. Maar dat deed ik wel met volledige aandacht, net zoals mijn zoontje voorlezen gisteren en ontbijten vanmorgen. En dat bevalt wel. Dus ik ga mijn vriendelijke aandacht vanavond weer eens langs mijn ledematen laten glijden. Nadat ik de kip met die uiterste houdbaarheidsdatum heb gebakken en die volle wasmand en dringende deadlines heb weggewerkt.

Dingen waarvan ik me afvraag: hoe doen andere moeders dat toch?

img_2439Ik ben sinds drie jaar moeder. Er zijn momenten waarop ik denk dat ik mijn roeping heb gevonden, maar er zijn veel meer momenten waarop ik naar andere moeders kijk en denk: Hoe doen ze dat? En waarom kan ik dat niet? Zoals:

1.“Ik tel tot 3” zeggen en daar dan iets mee bereiken

Wat gebeurt er als je bij 3 bent? En hoe maakt dat indruk op een peuter? Die van mij wacht gewoon tot “4” komt. Of tot ik hem in de houdgreep neem. Continue reading

Waarom ik mijn kinderen soms groot wil kijken (en daar dan heel snel weer van terugkom)

Het leven met jonge kinderen is een polonaise van slaaptekort, zorgtaken en lange dagen aan de rand van de zandbak. Ik kan mijn kinderen daarom soms wel groot kijken. Voor heel even.

lfGisterenochtend werd ik ruw uit mijn slaap gewekt door een peuter die in mijn oor stond te schreeuwen. Het was half zes en er was nood aan de man. Meneer moest poepen. In zijn luier. En hij vond het heel belangrijk dat ik daarvan op de hoogte was. Hij banjerde weg om zijn plan uit te gaan voeren op zijn eigen kamer. Net toen ik me weer wilde omdraaien, besloot ook zijn babybroertje dat het tijd was om mijn vrije dag te beginnen. Continue reading

Deze 7 uitvindingen zouden het leven met een baby zoveel makkelijker maken

img_2150Er zijn de laatste vijftig jaar best wel wat uitvindingen gedaan die het leven met kind(eren) een stuk leuker hebben gemaakt. Ik noem maar een wasmachine. Glow-in-the-darkspenen. Kunstvoeding. Netflix. Toch heb nog wel wat verzoekjes voor fabrikanten. Gewoon, om de tropenjaren net iets soepeler door te komen. Mogen wij, alstublieft:

1. Huidmagnetische spenen?
Ze hoeven echt niet voorzien te zijn van een schattig beertje of lollige tekst. Als ze maar in de mond van de baby blijven zitten. Vooral ’s nachts. Continue reading

Peuter kan de pot op (maar hij wil niet)

2015-07-10 17.12.45“Er komt nog een plasje!”, juicht mijn 3-jarige zoon voor de vierde keer in een kwartier. Het is 8 uur ’s avonds en mijn peuter zit al zeker twintig minuten op het potje. Het badwater is koud. Mijn geduld op. Vanuit mijn tenen haal ik nog een klein hoeraatje voor de drie druppels die hij er met moeite uit heeft geperst. Ik beloof hem twintig stickers en twee verhaaltjes als hij nu eindelijk eens van de pot afkomt en gaat slapen. Maar hij schudt heftig ‘nee’ en gilt “Ik moet nog poepen!”. Continue reading

Hoe ik voor de tweede keer (huil)moeder werd

Op maandag 15 februari zette ik tussen het ontbijt en de lunch even ons tweede kind op de wereld. Dat kan, blijkbaar. Om 8 uur at ik rustig een beschuit met hagelslag met de Bijna Grote Broer en nog voor twaalven zat ik in het ziekenhuis weer aan een beschuit. Met blauw-witte muisjes dit keer. Omdat onze zoon Fabe was geboren.

DSC00106

De kraamtijd brak aan. En ineens wist ik het allemaal weer.

Hoe klein zo’n kersverse baby is.
Hoe moeilijk de armpjes van zo’n kleine baby zich in een truitje laten wurmen.
Hoe weinig slaap er overblijft als je om de drie uur moet voeden.
Hoe afschuwelijk groot de kraamverbanden zijn.
Hoeveel je in acht dagen van je kraamhulp kunt gaat houden.
Hoe hard je op je tanden moet bijten als je baby zich aan je borst vastzuigt.
Hoe irritant het geluid van de kolf is.
Hoe gelukkig je wordt van een eerste glimlach.
Hoe hard baby’s kunnen kreunen in hun slaap.
Hoeveel babypoep op mosterd lijkt.
Hoe krampjes je verlof iets minder leuk kunnen maken.

En dat je continu overal om moet janken. Want zo leuk is die kraamperiode nou ook weer niet.

IMG_1315 IMG_1317 Het is maar goed dat Fabe zich de eerste twee weken van zijn leven later niet zal herinneren. Dan zou hij weten dat zijn moeder, zo net na een bevalling, een wandelende hormoonbom kan zijn die ontploft bij slaaptekort, pijn en onzekerheid. Een huilmoeder. In de eerste weken van Fabe’s bestaan heb ik gedacht dat ik nooit meer met mijn oudste zoon Lieuwe zou spelen. Dat ik voor eeuwig in bed zou moeten blijven, maar daar nooit meer dan twee uur achter elkaar in zou slapen. Dat ik een klein beetje zou sterven als de kraamhulp weg zou gaan. En dat ik een ontaarde moeder was omdat ik wederom mijn kind niet zelf bleek te kunnen voeden.

Bleek allemaal wel mee te vallen, achteraf gezien. En ook dat had ik kunnen weten. Fabe is bijna acht weken en ik bouw weer treinbanen met Lieuwe. Gewoon, beneden in de woonkamer. De kraamhulp is al weken weg en ik leef nog. Sterker nog: ik sta gewoon VOOR het fruitmoment met beide kinderen op het kinderdagverblijf om Lieuwe af te zetten. Met kleren aan, make-up en haren geföhnd zelfs.

Alleen een aflevering van House of Cards afkijken zonder in slaap te vallen, is nog een uitdaging. Maar ik geloof dat ik ook daar wel weer overheen kom.

Lees ook: Waarom borstvoeding soms niet het beste is voor je baby

 

 

 

 

Mijn verderfelijke opvoeding

IMG_0017 - kopie (2)Ik weet dat ze zich van geen kwaad bewust zijn, maar mijn ouders hebben mij een hele slechte jeugd bezorgd. Een jeugd die aan elkaar hangt van verderfelijke opvoedkundige keuzes.

Want als mijn zus en ik thuiskwamen uit school, zat ze daar. Mijn moeder. Met thee. Geen groene thee met stevia-extract om het op te leuken. Nee, ze gaf ons aardbeienthee met een suikerklontje. Tot overmaat van ramp serveerde ze er koekjes bij. Krakelingen. Van roomboter. En bladerdeeg. In plaats van zo’n lekker zelfgemaakt speltbiscuitje met amandelmeel. Dat mijn moeder ons dat pure gif zo achteloos liet wegkauwen… Afschuwelijk. Continue reading

Schoolstrijd

schoolIk had gehoopt dat we even mochten kleien. Of in ieder geval een beetje mochten droedelen met Oost-Indische inkt. Gewoon, voor de ultieme kleuterschoolbeleving. Maar nee: mijn eerste basisschoolochtend in twintig jaar bracht ik in doodse stilte door op een veel te klein krukje, luisterend naar een schoolmeester die het had over continuroosters en vreedzame wijken.

Ik zat er natuurlijk ook niet voor mijn eigen plezier. Ik kwam hier om even voor mijn zoon te beslissen of hij op deze school acht jaar van zijn jeugd zou gaan doorbrengen. Een keuze die ik moest baseren op een uurtje rondneuzen na een slappe bak koffie. Continue reading

Zusje

Lief nichtje,

Je hebt het nog niet écht door, maar jouw leven is voorgoed veranderd. Tot twee weken geleden had je je moeder nog voor jou alleen. Ze imiteerde op jouw commando tientallen prinsessenstemmen en was onvermoeibaar met kartelscharen en stickers. En ze bestudeerde met engelengeduld elke danschoreografie die jij ten tonele bracht. De hele dag door als het moest.

Maar toen kwam je zusje.

IMG_0028Leuk, dacht je nog even. Maar toen wist je nog niet wat je nu weet: dat ze niks doet. Niks zegt. En dat ze de hele dag moet drinken, poepen en zo je mama’s overdeelde aandacht opeist. ’s Nachts, als jij het niet merkt. Maar vooral overdag. Net als jij een boterham wilt gaan eten. Of je moeder nodig hebt als stand-in voor de prinsenrol in je prinsessentoneelstuk.

Troost je, mijn lieve nichtje. Ik ken het. Ik had net de volle aandacht op me gevestigd, door te gaan lopen en mijn eerste woordjes te zeggen, toen er zusje in mijn leven kwam. Weg Grote Caro Show. Niet dat ik me dat echt kan herinneren trouwens. Want al ver voor ik herinneringen maakte, stond ik op mijn tenen om over de rand van het wiegje naar mijn zusje te gluren. Dat zag ik tenminste op een foto. Continue reading