Waarom ik mijn kinderen soms groot wil kijken (en daar dan heel snel weer van terugkom)

Het leven met jonge kinderen is een polonaise van slaaptekort, zorgtaken en lange dagen aan de rand van de zandbak. Ik kan mijn kinderen daarom soms wel groot kijken. Voor heel even.

lfGisterenochtend werd ik ruw uit mijn slaap gewekt door een peuter die in mijn oor stond te schreeuwen. Het was half zes en er was nood aan de man. Meneer moest poepen. In zijn luier. En hij vond het heel belangrijk dat ik daarvan op de hoogte was. Hij banjerde weg om zijn plan uit te gaan voeren op zijn eigen kamer. Net toen ik me weer wilde omdraaien, besloot ook zijn babybroertje dat het tijd was om mijn vrije dag te beginnen.

Ik wilde op dat moment de deken over mijn hoofd trekken en vijf jaar slapen. Maar nog geen drie uur later zat ik aan de rand van de zandbak ijsjes te kopen bij mijn ene zoon, terwijl ik met mijn aandacht vooral bij een klagende zoon twee was. De rest van de dag veegde ik billen, gaf ik flessen, temde ik een driftbui, kleide ik een wortel en zocht ik me scheel naar een verloren speen.

Een doodgewone dag met baby en peuter dus, waarop ik me een paar keer voorstelde hoe makkelijk het leven moest zijn met twee oudere, zelfstandige, zindelijke, uitslapende kinderen. Die zelf boterhammen smeren en vijf dagen per week entertainment krijgen op school. Die zelf hun kleren aantrekken, zichzelf kunnen voorlezen en hun moeder heel even met rust laten als die vijf minuten met een kop koffie en een tijdschrift in de tuin wil zitten.
Een heel fijn vooruitzicht.

In de middag wandelde ik met mijn kinderen naar de supermarkt. De zon scheen, de baby sliep, de peuter zong ‘de wielen van de bus’ en pakte mijn hand. “Wat voor ijsje wil je, mama?” vroeg hij ineens weer. Ik stond stil, pakte zijn lekkere bolle peuterwangen tussen mijn handen en gaf hem een dikke kus. “Poepjesijs met paarse spikkels” antwoordde ik. Hij lachte heel hard, want hij vond mij grappig. Ik zat immers op zijn poep-en plashumorniveau. En hij rende voor me uit om mijn bestelling te gaan klaarmaken.

Ineens bedacht ik dat moeders van grote, zelfstandige, zindelijke, uitslapende kinderen waarschijnlijk niet vaak meer grappig worden gevonden. Nooit meer denkbeeldige ijsjes krijgen. En zeker geen handje, op weg naar de winkel. Dat ze nooit meer een slapend babylijfje tegen zich aandrukken als de rest van de wereld slaapt. Nooit meer eendjes voeren. En nooit meer een zingend kind voorop de fiets vervoeren.

Ik had ineens niet meer zo’n behoefte aan een rustige kop koffie in de tuin. Maar wel aan een manier om de tijd heel even stil te zetten. In ieder geval tot de volgende ochtend half 6.

Lees ook: Peuter kan de pot op (maar hij wil niet)

Post a comment

You may use the following HTML:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>