Hoe ik 24 uur na thuiskomst alweer toe was aan vakantie (en wijn)

img_3042

We lagen twee weken lang in de zon. Dronken wijn, zwommen, keken naar onze kinderen op de trampoline, aten wat de pot schafte (en hoefden daarvoor alleen maar aan te schuiven), dronken nog meer wijn, slenterden door stadjes, brachten avonden door met vrienden en deden middagdutjes. In Zuid-Frankrijk waren geen deadlines. Geen haal- en brengschema’s voor de kinderen. Er was geen haast. Ik was tegen het eind van de vakantie zo relaxed dat ik de laatste dag begon met het idee: ik heb genoeg energie opgedaan om de rest van het jaar drie artikelen per dag te kunnen schrijven.

24 uur later lagen we met het hele, niet slapende gezin naar de regen te luisteren in een troosteloos motel langs de A71. Nog eens 24 uur laten hing er een peuter aan mijn been terwijl ik een berg was weg wilde werken en lukte het me niet eens meer om zelf een fatsoenlijk ei te koken. In amper een dag was ik alweer toe aan vakantie.

img_3160Dat begon eigenlijk al met het inpakken van de auto. Vijf jaar geleden reisde ik nog zes weken door Azië met één rugzak, nu lukte het me niet om de spullen voor twee volwassenen en twee kinderen in één auto te stouwen. Ik begrijp nu pas echt waarom het fenomeen ‘station’ zo populair is onder gezinnen. Gelukkig is mijn vriend wereldkampioen Tetrissen met kinderwagens en vuile was, zo blijkt. En konden we twee tassen vast meegeven aan onze vriendelijke reisgenoten met een stationwagen én maar één kind. Volgend jaar huur ik een skibox. Of ga ik loten wie van mijn mannelijke gezinsleden thuis moet achterblijven.

Eenmaal alles en iedereen in de auto gepropt, moest alles en iedereen een uur later weer uít de wagen, omdat er geplast/gedronken/getankt moest worden. Baby’s laten zich namelijk echt niet van hun schema brengen omdat jij elfhonderd kilometer wil doorknallen. Toegegeven: het had wel wat tijd en frustratie gescheeld als ik zijn melkpoeder zelf ook niet onderin een krat had gestopt.

Omdat we wel enigszins hadden voorzien dat we maar 500 kilometer in een dag zouden kunnen rijden als we onze zoete kindjes niet wilden zien veranderen in krijsende psychopaten in hun autostoeldwangbuisjes, hadden we dus dat fijne motel geboekt. Met z’n vieren op twaalf vierkante meter genoten we van de regen, elkaars lichaamswarmte en de geur die de drie poepluiers in de prullenbak verspreidden. Het zal dat laatste element geweest zijn waardoor we allemaal toch nog een keer in slaap zijn gevallen. Of bewusteloos zijn geraakt.

De volgende reisdag kwamen we door op chocoladebroodjes en het spelletje ‘Ontdek iets nieuws in een Nijntje-de-musical-liedje’ en reden we om drie uur ’s middags juichend onze straat in. Er kwam een klein vleugje vakantiegevoel terug toen de buren vroegen hoe het was. Maar de lege koelkast en volle wasmand zetten ons met beide benen snel terug op de Vinexgrond. Er moesten boodschappen gedaan en wassen gedraaid en kinderen gevoerd en opa’s en oma’s gebeld. Zoals altijd. En er moeten sinds vandaag ook weer deadlines gehaald en tandartsen bezocht en vijf extra kilo’s bestreden.

Komend weekend trek ik een fles wijn open en ga ik een fotoboek maken met foto’s van ons in de zon en op de trampoline. En meteen even een skibox bestellen.

Lees ook: Een lekker potje glampen

 

 

Post a comment

You may use the following HTML:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>