Mijn verderfelijke opvoeding

IMG_0017 - kopie (2)Ik weet dat ze zich van geen kwaad bewust zijn, maar mijn ouders hebben mij een hele slechte jeugd bezorgd. Een jeugd die aan elkaar hangt van verderfelijke opvoedkundige keuzes.

Want als mijn zus en ik thuiskwamen uit school, zat ze daar. Mijn moeder. Met thee. Geen groene thee met stevia-extract om het op te leuken. Nee, ze gaf ons aardbeienthee met een suikerklontje. Tot overmaat van ramp serveerde ze er koekjes bij. Krakelingen. Van roomboter. En bladerdeeg. In plaats van zo’n lekker zelfgemaakt speltbiscuitje met amandelmeel. Dat mijn moeder ons dat pure gif zo achteloos liet wegkauwen… Afschuwelijk. Continue reading

Burgertrut

 2015-05-12 15.37.07“Zo, iemand is haar wilde haren kwijt”, oordeelde de kennis van een kennis van een kennis die ik na jaren ergens tegenkwam. “En ik hoorde dat je naar Leidsche Rijn gaat verhuizen?”
Ik streek even door mijn korte haar, keek naar mijn Opel Astra met kinderstoel en dacht aan mijn Spartafiets met krat voorop. En ik wist: hier viel niets meer aan te redden. Ik besloot mezelf eens niet te verdedigen. Hij benoemde in twee zinnen namelijk wat ik zelf al wist: ik was officieel, en zeker in de ogen van de hippe medemens, een burgertrut.
Continue reading

Schoolstrijd

schoolIk had gehoopt dat we even mochten kleien. Of in ieder geval een beetje mochten droedelen met Oost-Indische inkt. Gewoon, voor de ultieme kleuterschoolbeleving. Maar nee: mijn eerste basisschoolochtend in twintig jaar bracht ik in doodse stilte door op een veel te klein krukje, luisterend naar een schoolmeester die het had over continuroosters en vreedzame wijken.

Ik zat er natuurlijk ook niet voor mijn eigen plezier. Ik kwam hier om even voor mijn zoon te beslissen of hij op deze school acht jaar van zijn jeugd zou gaan doorbrengen. Een keuze die ik moest baseren op een uurtje rondneuzen na een slappe bak koffie. Continue reading

Verre buren

2015-04-19 08.50.44Het zal de Brabantse tongval geweest zijn. Of de fles wijn die ze meteen voor ons opentrokken. Wat het ook was, we wisten zodra we onze nieuwe buren ontmoetten: hier wonen wordt een feestje. We leken wel twee gekloonde stellen (op hun sportieve genen na): Brabantse twintigers, verzeild geraakt in Utrecht (eerst op een flatje, toen in een klein koophuis), gek op kaas, fan van wijn en met de levensfilosofie: als er iets te doen is, dan zijn we erbij.
Al snel zorgden we er zelf voor dat er altijd wat te doen was.

We wisselden niet alleen sleutels uit, maar aten ook elkaars koelkast leeg, plempten onze tv in hun woonkamer zodat we met twee vriendengroepen het WK voetbal konden volgen, gingen samen wadlopen en klopten na een avond stappen regelmatig nog even bij elkaar voor één laatste biertje.

2015-01-09 16.31.39Toen na vier jaar bleek dat wij een zoon verwachtten, waren de buren zo lief om drie maanden later voor hem een Buurmannetje te maken. En of ze wilden of niet: Vrienden worden zouden ze.

En dat zijn ze. Dagelijks beukt één van de peuters bijna de deur van de ander in omdat ze samen willen spelen. Ze delen de liefde voor auto’s en eten. En ze delen samen een oppas. Voor als er iets doen is waar we bij moeten zijn.
Het burenleven op ons kleine stukje Utrecht is, kortom, een feestje. De burenborrels op zaterdagavond zijn aangevuld met koffiedrinken op vrijdag en babyfoonuitwisselingen op ieder gewenst moment.

2015-04-19 08.50.27En toch gaan we verhuizen. Naar een groter huis net buiten de stad, met een tuin, een zolder en een badkamer boven. Net als de buren. Die weer vijf kilometer de andere kant opgaan.

Wat we onszelf aandoen, vroegen buuf en ik ons vandaag af, terwijl Buurman&Buurman samen een kilo aardbeien wegwerkten en wij zelf wakker werden met een kopje cafeïne.

Morgen nemen we afscheid van zes jaar ‘samenwonen in twee huizen’, met een laatste buren-wijn-en-kaas-festijn. ‘Le grande finale’ noemt vriendlief het. Het moet een memorabele avond worden (maar niet te episch natuurlijk, want om 7 uur gaan Buurman&Buurman af). Er moeten in elk geval drie flessen wijn doorheen om het idee te verzachten dat goede buren verre vrienden worden.
Of liever: verre buren. Die goede vrienden blijven.

Zusje

Lief nichtje,

Je hebt het nog niet écht door, maar jouw leven is voorgoed veranderd. Tot twee weken geleden had je je moeder nog voor jou alleen. Ze imiteerde op jouw commando tientallen prinsessenstemmen en was onvermoeibaar met kartelscharen en stickers. En ze bestudeerde met engelengeduld elke danschoreografie die jij ten tonele bracht. De hele dag door als het moest.

Maar toen kwam je zusje.

IMG_0028Leuk, dacht je nog even. Maar toen wist je nog niet wat je nu weet: dat ze niks doet. Niks zegt. En dat ze de hele dag moet drinken, poepen en zo je mama’s overdeelde aandacht opeist. ’s Nachts, als jij het niet merkt. Maar vooral overdag. Net als jij een boterham wilt gaan eten. Of je moeder nodig hebt als stand-in voor de prinsenrol in je prinsessentoneelstuk.

Troost je, mijn lieve nichtje. Ik ken het. Ik had net de volle aandacht op me gevestigd, door te gaan lopen en mijn eerste woordjes te zeggen, toen er zusje in mijn leven kwam. Weg Grote Caro Show. Niet dat ik me dat echt kan herinneren trouwens. Want al ver voor ik herinneringen maakte, stond ik op mijn tenen om over de rand van het wiegje naar mijn zusje te gluren. Dat zag ik tenminste op een foto. Continue reading

De bank en de zzp’er

hutZes jaar geleden kochten wij een huis. Dat ging ongeveer zo:

Wij: “Hallo bank. Wij zijn twee twintigers met een startersbaan. Mogen we geld om een huis te kopen?”
Bank: “Tuuuuuurlijk, wees welkom en doe een graai in het geldpakhuis. Wat willen jullie? 3 ton? Verbouwingspotje erbij?”

Wij: “Nee, doe maar 2,5 ton. Toch? Op hoeveel zitten we dan per maand?” Bank: “Jullie gaan niks aflossen, neem ik aan? Dan hou je de maandelijkse lasten lekker laag.”
Wij: “Nou ja, een beetje aflossen graag. Denken we.”
Bank: “Zelf weten dan maar. Handtekeningetje graag. Hoppa, hier heeft u een dikke lening. Veel plezier ermee.”

Zes maanden later zaten we allebei zonder baan en met een huis dat niks meer waard was. En daarom ging de hypotheek voor ons nieuwe huis aanvragen dit keer zo:

Wij* (*in de vorm van onze financieel adviseur): “Hallo hypotheekverstrekker. Wij zijn twee dertigers met één vaste baan, een redelijk betrouwbaar freelancersloon, drie spaarrekeningen en een braaf uitgavepatroon. Altijd op tijd met betalen en vrienden met de belastingdienst. O ja, en ons koophuis is ook niet ZO waardeloos als we dachten. Mogen we weer even wat geld komen bedelen voor een huis met iets meer ruimte?”

Hypotheekverstrekker 1: “Nee.”
Hypotheekverstrekker 2: “Nee.”
Hypotheekverstrekker 3: “Ja hoor. Heeft u dan voor mij, in de categorie ‘krankzinnige papierwinkel’: alle bonnetjes, uittreksels, belastingscheten en veel te duur op te vragen documenten die u te binnen schieten, plús alles waar u nu even niet aan denkt en wat ik u per ongeluk vergeet te vertellen? O ja, en natuurlijk uw jaarcijfers? Gevalideerd? En een prognose voor 2015? Ook gevalideerd?”

Wij*, een week later en tien centimeter nagels korter: “Zo. Dit moet het zijn. Mogen we nu alstublieft snel geld zien? De verkopers van ons nieuwe huis rekenen erop dat het over drie weken binnen is. En we willen onderhand wel eens voorpret beleven in een woonwarenhuis.”
Hypotheekverstrekker 3, na een week: …
Hypotheekverstrekker 3, na twee weken: …
Wij*, na drie weken: “Joehoe…”
Hypotheekverstrekker 3, na drie weken: “O god ja, jullie waren er ook nog. Hier een voorstel voor een hypotheek.”
Wij*, de dag daarna: “Alstjeblieft, drievoudig ondertekend en opgesierd met paraafjes. MOGEN WE NU ALSJEBLIEFT GELD?”
Hypotheekverstrekker 3, weer een week later: “Ai. Helaas. Die cijfertjes zijn niet gevalideerd. Er moet een stempel op. Een mooie boekhoudersstempel. Lost u dat even op? Dan gaan wij weer even een weekje op stand onbereikbaar. Oh de ontbindende voorwaarden lopen vandaag af? Tsja. Even uitstel aanvragen dan maar. Succes ermee.”

Wij*, vandaag: “U heeft zesdubbel kwartet met de ‘krankzinnige papierwinkel’. U heeft alle handtekeningen. U heeft ons halve leven op uw bureau liggen. En u heeft een telefoon waarmee u gewoon even zou kunnen bellen om te zeggen dat (het uitstel van) de ontbindende voorwaarden morgen niet hoeft te verlopen…”
Hypotheekverstrekker 3, vandaag: “Volgens mij zien we geen belemmeringen meer. Maar ik geef u morgen uitsluitsel. Slaapt u nog een nachtje slecht? Vind ik lekker. ZZP’ertjes plagen.”

Ik haat cliffhangers.

(Iemand eventueel een schuur te leen waar we per 1 mei in kunnen wonen? Gevalideerde jaarcijfers zo op te vragen voor het huurcontract.)

Prettige Vreetdagen

In november at ze zich dwars door:
drie repen Tony Chocolonely, zes kilo pepernoten, een hele vlaai, tien stukken kaas, een zak chips, een frietje, een zak drop.
En een stuk speculaas.

Maar genoeg had ze nog altijd niet.

In december at ze zich dwars door:
een zevende kilo pepernoten, vijf flammenkuchen, een bratwurst, een nieuwe reep Tony Chocolonely, honderd toetjes en een hele brie.

Na die maand had ze pijn in haar buik.

De volgende maand was weer een nieuw jaar. Ze was nu niet meer slank en sportief. Ze was een grote, dikke versie van zichzelf geworden…

(Vrij naar: Rupsje nooitgenoeg, Eric Carle)

5Natuurlijk slaat het nergens op. In september blogde ik hier nog trots dat ik 10 kilometer had gerend en fanatieker was dan ooit. Ik had de gezonde modus ontdekt. Maar toen kwamen regen en kou en deadlines en drukte.
En toen vrat ik me dus zomaar de winterdagen door. Zonder een kilometer te rennen.

Ik kan dat steken op mijn eigen gebrek aan discipline. Maar veel liever leg ik de schuld bij anderen. (Zo ben ik nu eenmaal).

Want je kunt in deze donkere dagen je huis niet uit of er wordt voor je neus met pepernoten gestrooid, glühwein geschonken, een Duitse lekkernij aangeboden, speciaal decemberfoodwinterbier gebrouwen of een vijfgangendiner bereid.
Ik zou daar natuurlijk weerstand aan kunnen bieden. Maar zo zitten mijn genen nu eenmaal niet in elkaar. Ik word zielsgelukkig van vreetfestijnen. En een beetje te dik ook. Daar zorgen diezelfde genen dan ook weer voor.

Ik heb dus besloten me niet meer te verzetten tegen al het lekkers dat december nog te bieden heeft. Daarom eet ik me zondag nog dwars door eetavontuur Vol van Smaak heen: speciaal bier proeven, Peruaans street food eten, Barristakunsten bewonderen en een kokosbol proberen, op rolafstand van huis: dat kan ik niet overslaan. Dan doe ik op karakter nog twee Kerstdagen en een midweekje Limburg (met bezoek aan de Hertog Jan Brouwerij).

Om vervolgens zo voldaan en te zwaar aan het nieuwe jaar te beginnen, dat ik niet anders kan dan weer sportief worden.

Ik wens iedereen Fijne Vreetdagen.

Dus sloot ze zich op in een stinkende hal die ‘sportschool genoemd’ wordt. Daar bleef ze drie maanden zweten.
Toen begaf ze zich voorzichtig weer op haar sportschoenen naar buiten.
En werd een supergezond, fanatiek, sportief  mens. (Tot het carnaval werd.)

Dag held

Luc de Vos GorkiDe beginklanken van hun grootste hit. Meer hadden ze niet nodig om duizenden mensen op het plein bij Sint Jacobs in Gent in vervoering te brengen deze zomer. Ik stond in het publiek en keek om me heen. Zag naast me een stel oude Gentenaren, die hun speciaalbiertje in de lucht staken en met gesloten ogen begonnen mee te zingen. “Sterren komen, sterren gaan. Alleen Elvis blijft bestaan. Mia heeft het licht gezien. Ze vraagt Kun jij nog dromen? “ Mijn middelbare schoolvrienden stonden voor me en deden hetzelfde. Ook ik stak mijn biertje in de lucht. Op Gorki. Op Luc de Vos. En op de muzikale omlijsting van jarenlange vriendschap.

Nog geen vijf maanden na het magische optreden in Gent stuur ik diezelfde vrienden geschrokken een bericht.

Onze Vlaamse held is dood.

De man die onze gezamenlijke voorliefde voor vage cultfiguren belichaamde op de middelbare school.
De zesde passagier, die ons urenlang toezong toen we als jonge twintigers door Tsjechië en Duitsland reden.
De zanger van de band die ik altijd even wilde horen als ik, tijdens een jaar in China, heimwee had naar mijn Brabantse vriendengroep.
De geniale mafkees, wiens legendarisch vage teksten we eindeloos herhaalden in dronken buien, zullen we nooit meer zien staan op een podium.
Nooit meer “here we go baby”. Nooit meer  “Joepie”.

Nondeju. Wat een gemis.

Leestip: Wie noemt zijn kind nou Chardonnay?

chardonnay-3001Er bestaat in mijn ogen maar één ding dat nog verslavender is dan Funda: de voornamenlijst van het SVB. Toen ik me voor het eerst urenlang vergaapte aan pareltjes van namen als Ricardoboy, Woest, Jupiler en Swellie-Melien was ik nog niet zwanger. Maar mijn obsessie liep helemaal de spuigaten uit toen ik twee jaar geleden zelf aan de bak moest met het bedenken van een naam. Een tijdje leefde ik en mijn verstoorde hormoonhuishouding in een soort Twilight Zone waarin de vriendenkring van mijn zoon later zou bestaan uit Ebenezer-Ansley, LeCurWarren en natuurlijk buurjongen Blaas. Ik was naamverslaafd. En schreef er een blog over op Ouders Onderling.

Gelukkig zijn er meer mensen die een buitenproportionele interesse hebben voor vreemde namen. Maarten van der Meer bijvoorbeeld. Op www.vernoeming.nl schrijft hij over bijzondere namen en tot mijn grote vreugd heeft hij zijn bevindingen nu ook gebundeld in een boek. Vorige week kreeg ik het boek cadeau. Twee dagen en veel gegrinnik later had ik het uit. Continue reading